Otis komt inmiddels enkele jaren bij Omega. Zijn moeder Simone en zijn vader Ernst vertellen hoe zij de weg naar Omega vonden, hoe zij de zorg ervaren en hoe Otis meedoet in de maatschappij.

Op zoek naar de juiste plek

Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat Otis zich anders ontwikkelde dan leeftijdsgenoten. “We merkten dat hij zich niet bewoog zoals je zou verwachten.” Via de fysiotherapeut kwamen zijn ouders terecht bij het Kabouterhuis, een vorm van medische kinderopvang. Dat was in eerste instantie helpend. “Daar werden zijn behoeftes beter begrepen dan in de reguliere opvang.”

Toch werd al snel duidelijk dat Otis daar niet helemaal op zijn plek zat. “Hij had geen medische behandeling nodig, geen medicatie. Ze zeiden daar eigenlijk al: dit is niet de beste plek voor de lange termijn.” Vanuit het Kabouterhuis werd Omega aangeraden.

De keuze was daarna snel gemaakt. Vooral de kleinschaligheid, de indeling van het gebouw en de sfeer spraken aan. “Je komt niet binnen bij een receptie, maar meteen in een ruimte waar leven is. Dat voelt gewoon gezellig en vertrouwd.”

Bekende gezichten en korte lijnen

Inmiddels zit Otis ruim vier jaar bij Omega. Hij begon op een vroegbehandelingsgroep en is later doorgestroomd. Wat zijn ouders prettig vinden, is dat de lijnen kort zijn en dat zij zelf veel contactmomenten hebben doordat zij Otis brengen en halen.

“Je hebt gewoon elke dag even contact. Dat maakt dat je snel dingen kunt afstemmen.” Daardoor hoeven vragen niet te blijven liggen tot een gepland overleg, maar kunnen ze direct besproken worden.

De communicatie verloopt voor het grootste deel goed. Wel merken ze dat, nu de BSO een aparte groep is geworden en niet meer op de eigen groep plaatsvindt, kleine details uit de dag soms minder direct terugkomen. “Soms mis je net even de nuance van wat er overdag is gebeurd.” Toch weegt dat niet op tegen het dagelijkse persoonlijke contact.

Meedenken en mogelijkheden zien

Wat ouders heel fijn vinden is de manier waarop er wordt meegedacht. “Er wordt heel goed gekeken naar wat werkt voor Otis.” De afstemming tussen begeleiding en therapeuten speelt daarin een belangrijke rol. “Omdat alles hier zit — fysio, ergo — weet iedereen ook wat er speelt.”

Ze krijgen regelmatig praktische suggesties waar ze zelf niet direct aan dachten, zoals hulpmiddelen voor thuis of activiteiten die bij Otis passen. “Dat je denkt: oh ja, dat is eigenlijk een heel goed idee.” Ook bij vragen over bijvoorbeeld PGB of regelingen ervaren ze de ondersteuning als laagdrempelig. “Je kan altijd even mailen en er is altijd iemand die meedenkt.”

Aansluiten bij wat voor Otis werkt

Ouders merken dat in de begeleiding gekeken wordt naar waar Otis behoefte aan heeft. Zo werd bijvoorbeeld gesignaleerd dat muziek veel voor hem doet. “Ze zagen dat muziek echt een ingang voor hem is.” Daaruit ontstond het idee om hem ook individueel muziek aan te bieden, naast de groepsmuziek.

Ook andere activiteiten, zoals zwemmen, werden in overleg aangepast zodat ze beter aansluiten bij het ritme van het gezin. “Er wordt echt gekeken: hoe maken we het wél mogelijk?” Volgens de ouders worden ideeën vaak serieus genomen en verder uitgewerkt. “We voelen ons echt gehoord.”

Samen kijken naar ontwikkeling

De ouders worden betrokken bij het zorgplan en de doelen, al merken ze dat de doelen soms in de dagelijkse praktijk wat naar de achtergrond verdwijnen. “Je pakt het er weer bij als er een gesprek aankomt en denkt: oh ja, dit waren de doelen.” Daar zien zij nog wel een kleine kans voor verbetering, bijvoorbeeld door dit vaker terug te laten komen in de dagelijkse terugkoppeling.

Deel van het geheel

Wat vader nog leuk vindt om te noemen, is dat Otis niet alleen op zijn eigen groep gezien wordt. “Iedereen kent hem. Ook mensen die niet op zijn groep werken zeggen: goedemorgen.” Dat maakt de omgeving minder anoniem en draagt bij aan een vertrouwd gevoel.

Voor Otis zelf is dat ook merkbaar. Hij reageert op bekende gezichten en bouwt zichtbaar relaties op met medewerkers. “Dan zie je dat hij zich hier prettig voelt.”

Meedoen, binnen en buiten

Voor de ouders is het belangrijk dat Otis zoveel mogelijk meedoet in het dagelijks leven. “We proberen hem overal in mee te nemen. Als we naar een museum gaan, gaat hij gewoon mee.”

Ze kijken daarbij praktisch naar wat wel en niet werkt. Bijvoorbeeld door op rustige momenten te gaan of rekening te houden met prikkels. Maar vaak blijkt dat hun zorgen groter zijn dan nodig. “Het is nog nooit gebeurd dat we ergens weg moesten omdat het niet ging.” Reacties van anderen ervaren ze meestal als positief en open. “Mensen zijn nieuwsgierig en dat leidt juist vaak tot mooie gesprekken.”

Ook bij Omega zien ze dat er aandacht is voor dit ‘meedoen’. Activiteiten zoals Koningsspelen, Sinterklaas en themadagen zorgen ervoor dat wat Otis doet, aansluit bij wat er in de maatschappij speelt. “Dat geeft wel het gevoel dat hij gewoon meedoet.” Daarnaast zijn er regelmatig uitjes en activiteiten, van een pyjamafeest tot ontmoeting met boerderijdieren.

Wat goede zorg betekent

Voor de ouders zit goede zorg in iets ogenschijnlijk eenvoudigs: dat hun kind echt gezien wordt. “Dat ze hem goed kennen en weten hoe hij ergens op reageert.” Dat uit zich in kleine dingen — hoe er wordt ingespeeld op gedrag, hoe signalen worden opgepakt — maar maakt een groot verschil.

“Als hij zich niet lekker voelt, krijg je bericht en zie je dat ze al van alles hebben geprobeerd — precies wat wij thuis ook zouden doen.” Dat geeft vertrouwen: “Dan weet je dat ze hem echt kennen.”

Jouw actie, hun toekomst

Ontdek hoe jij op jouw manier kunt bijdragen aan verandering!

Geef je tijd

Kom vrijwilligerswerk doen op één van onze goed bereikbare locaties in Amsterdam!

Start een actie

Samen met familie, vrienden of club geld inzamelen, bijvoorbeeld met een sponsorloop!

Doe een gift

Dankzij jouw financiële steun blijft Stichting Omega in staat om levens te transformeren!